|
Maatschappelijk werk, psychosociale hulpverlening binnen de palliatieve zorg
Patiënten die palliatieve zorg ontvangen krijgen te maken met veranderingen, transities.
Dit kunnen lichamelijke, psychologische en sociale gevolgen, veranderingen zijn. De confrontatie met naderend sterven heeft betekenis op alle levensgebieden.
Hoe ga je hiermee om?
In deze meeting wordt aan de hand van casuïstiek de rol van de maatschappelijk werker toegelicht.
Maatschappelijk werk is de discipline bij uitstek om mensen te begeleiden bij deze transities. Immers, het uitgangspunt van maatschappelijk werk is mensen tot hun recht laten komen, als individu, als individu in relatie tot zijn naaste omgeving en als individu in de maatschappij.
Concreet betekent dit in palliatieve fase:
- aansluiten bij waar de patiënt is
- exploreren, inventariseren van wat aan de orde is (erkenning hiervoor bieden, latent aanwezige problemen op diverse levensgebieden signaleren, b.v. wat betekent naderend afscheid voor betrokkene)
- de dood bespreekbaar (helpen) maken
- systemische context (b.v. communicatie met belangrijke naasten) is onderdeel van begeleiding, m.n. het omgaan met verschillen in copingstijl
- vertalen (van ideeën, gevoelens, verlangens, mét de patiënt, naar de naasten)
- faciliteren, ofwel voorwaarden helpen scheppen voor wat van wezenlijk belang is, wat heeft iemand nodig om zaken af te ronden / los te kunnen laten
- onderzoeken en benoemen van betekenissen, gevoelens over het geleefde leven; berusting – aanvaarding, wat is nu van belang? Voorstellingen over ‘after life’, vertrouwen, angst hiermee verbonden
- crisisinterventie, rouwbegeleiding
- herkennen van / omgaan met emoties / gevoelens
- keuzeproblematiek begeleiden zowel op psychologisch als op praktisch terrein (welke behandelingen nog, wie nog zien en wie niet, waar overlijden, financiën, etc.)
Er zijn soms verschillen w.b. invalshoek van de hulp die maatschappelijk werkers geven in verschillende instituten zoals ziekenhuizen, gespecialiseerde centra, hospices.
In de casuïstiek staat centraal: Wat helpt de patiënt en wat niet, valkuilen daarbij en hoe zorg je ook voor jezelf als hulpverlener? Casuïstiek vanuit de zaal is welkom.
Voorbereiding vanuit de werkgroep maatschappelijk werk door mw. F. Eskens - medisch maatschappelijk werker oncologie (VUmc Amsterdam), mw. J. van Nus - maatschappelijk werker (hospice Kuria Amsterdam), mw. K. Rutgers-van Wijlen - maatschappelijk werker (Amarant, St. Amarant Utrecht en Toon Hermans Huis Amersfoort en mw. A. van Houwelingen - medisch maatschappelijk werker oncologie (Waterland ziekenhuis)
Aanwezig als experts:
- mw. A. van Houwelingen
- mw. K. Rutgers-van Wijlen
|