|
 |
|
|
| Datum |
13 november 2008 |
| Tijd |
10.30 - 12.00 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
EUROPA |
| Voorzitter |
dhr. H.J. de Winter |
|
Januari 2007 is door de Vereniging van Integrale Kankercentra (VIKC) het project “Zorgprogrammering in de palliatieve zorg” gestart. Op basis van een beschikbaar basisdocument is samen met een aantal netwerken palliatieve zorg gewerkt aan het ontwikkelen van een stramien voor zorgprogrammering. Doel van het project is een stramien te ontwikkelen dat het voor netwerken palliatieve zorg beter mogelijk maakt om de gewenste en geboden palliatieve zorg in de regio inzichtelijk te maken.
Het project kenmerkt zich als een ontwikkelproject, waarin samen met de doelgroep is gewerkt aan de ontwikkeling van het stramien. Het stramien dat is ontwikkeld, is in 9 netwerkregio’s inhoudelijk getoetst. In de zomer van 2008 wordt deze toetsfase afgerond in een slotbijeenkomst en worden alle uitkomsten opgenomen in het eindverslag van het project.
In de loop van het ontwikkelproces is gebleken, dat de netwerken op verschillende manieren met het stramien kunnen werken om hun eigen doelen te kunnen bereiken. Deze werkwijzen leveren netwerkspecifieke informatie op, waarmee in de regio’s verder gewerkt kan worden.
In deze sessie wordt in eerste instantie stilgestaan bij het landelijk project zorgprogrammering: hoe is dit project aangepakt, hoe is het proces geweest, wat heeft het opgeleverd en hoe gaat het verder. Daarnaast zullen enkele netwerkregio's die meegedaan hebben aan de ontwikkeling en toetsing van het stramien, ervaringen, aanpak en resultaten presenteren.
Op basis van stellingen en vragen wordt de sessie afgesloten met een forumdiscussie.
- dhr. H.J. de Winter (programmacoördinator palliatieve zorg IKNO en projectleider Zorgprogrammering palliatieve zorg)
- mw. W. Wagenaar (netwerkcoördinator palliatieve zorg Noordoost Flevoland)
- mw. K. de Bie (netwerkcoördinator palliatieve zorg Midden Brabant)
- mw. M. van den Dool, (netwerkcoördinator palliatieve zorg Midden Holland)
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
|
| Datum |
13 november 2008 |
| Tijd |
10.30 - 12.00 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
AZIE |
| Voorzitter |
dhr. prof. dr. W.W.A. Zuurmond |
|
Radiotherapie en palliatieve zorg
De mogelijkheden voor radiotherapeutische interventies en de rol van de radiotherapeut in het palliatieve team zal aan de orde komen.
- mw. drs. P. Doornaert, radiotherapeut-oncoloog, VUmc Amsterdam Radiotherapie en palliatieve zorg
Mondzorg bij de palliatieve patient
De klachten in en rond de mond zijn bij veel patienten in de palliatieve zorg een groot probleem. Klachten als een droge mond, slechte adem, smaakstoornissen, ontstekingen, infecties en pijn in de mond kunnen meer dan hinderlijk zijn. De behandelopties zullen besproken worden.
- dhr. prof. dr. I. van der Waal. Hoogleraar orale pathologie, Hoofd Afdeling Mondziekten en kaakchirurgie VUmc, Amsterdam.
End-of-life decisions op de Intensive Care. Een kijkje over de schutting?
De intensive care ligt buiten het blikveld van menige hulpverlener in de palliatieve zorg. Gelden de richtlijnen van de KNMG ook op de intensive care of spelen er andere factoren een rol? In het kader van voorlichting aan en begeleiding van de patient en familie/naasten is het van belang dat de behandelende arts op de hoogte is van beslissingen die op de intensive care worden genomen ten aanzien van palliatief beleid.
- dhr. prof. dr. A.R.J. Girbes, hoogleraar Intensive Care Geneeskunde.
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
|
| Datum |
13 november 2008 |
| Tijd |
10.30 - 12.00 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
AMERIKA |
| Voorzitter |
mw. A.L. Francke |
|
Achtergronden en nut van kwaliteitsindicatoren voor de Nederlandse gezondheidszorg?
In deze presentatie zal onder meer aan bod komen waarom en waarvoor VWS, IGZ, patiëntenorganisaties en andere belangrijke landelijke partijen besloten hebben dat in alle sectoren van de Nederlandse gezondheidszorg er aan de hand van kwaliteitsindicatoren meer inzicht moet komen in de kwaliteit van de verleende zorg. Onderwerpen als transparantie, keuzevrijheid en interne en externe kwaliteitstoetsing zullen in deze presentatie aan bod komen.
- dhr. drs. P. Lensink wordt vervangen door mw. E. Faber van Bureau Zorgbrede transparantie van kwaliteit (ZbtK) van de Inspectie van de Gezondheidszorg.
Ontwikkeling van kwaliteitsindicatoren voor palliatieve zorg.
In opdracht van ZonMw/VWS voeren medewerkers van het NIVEL en het EMGO Instituut momenteel een onderzoek uit gericht op de ontwikkeling van een set indicatoren voor palliatieve zorg. Op basis van literatuurstudie, expertrondes, (groeps)interviews met patiënten, zorgverleners en nabestaanden en een praktijktoets wordt in kaart gebracht wat bruikbare indicatoren kunnen zijn voor de kwaliteit van de palliatieve zorg in Nederland. In deze presentatie worden de tussentijdse uitkomsten van dit onderzoeksproject gepresenteerd.
- mw. dr. H. Brandt, onderzoeker NIVEL/EMGO-VUmc
Hoe gaat het werken met kwaliteitsindicatoren in de praktijk?
De sector Verpleging, Verzorging en Thuiszorg is één van de koplopers als het gaat om meten van kwaliteit. Alle lidinstellingen van branche-organisatie ActiZ werken inmiddels met het landelijke Kwaliteitskader Verantwoorde Zorg. In dit kwaliteitskader zijn enkele tientallen zorginhoudelijke en cliëntgebonden indicatoren opgenomen die in bepaalde meetweken door de instellingen geregistreerd moeten worden. Mw. Smits gaat in op hoe het werken met deze indicatoren in de praktijk bevalt bij medewerkers en bij patiënten. Zij illustreert dit aan een hand van enkele videobeelden. Ook gaat zij kort in op hoe zij de (mogelijke) relatie ziet tussen het al ingevoerde Kwaliteitskader Verantwoorde Zorg en de toekomstige set indicatoren voor palliatieve zorg.
- mw. dr. M.J. Smits, senior beleidsmedewerker bij ActiZ.
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
Standaarden verpleegkundige zorg
|
|
| Datum |
13 november 2008 |
| Tijd |
10.30 - 12.00 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
AFRIKA |
| Voorzitter |
dhr. J.R.G. Gootjes, Msc |
|
In deze sessie zal aandacht worden besteed aan de standaarden verpleegkundige zorg. In een interessant programma komen onder andere de volgende aspecten aan de orde: Wat is belangrijk in de palliatieve zorg? Wat zijn de verpleegkundige standaarden in de palliatieve zorg?
In deze sessie zal ingegaan worden op het kwaliteitskader voor het opleiden van verpleegkundigen in de palliatieve zorg. Waaraan moet een opleiding voldoen? Welke kennis, deskundigheid en attitude mag er verwacht worden van verpleegkundigen en welke moet extra worden aangeboden?
Maken verpleegkundigen gebruik van richtlijnen? Zijn die richtlijnen te gebruiken in de praktijk? Wat is nodig zodat verpleegkundigen in de palliatieve zorg optimaal werken volgens de richtlijnen?
Moeten verpleegkundigen werkzaam in de palliatieve zorg zich verenigen in een beroepsgroep? Wat zijn de voor en nadelen? Word je wijzer van een eigen beroepsgroep?
Tenslotte zal ingegaan worden op het kwaliteitsregister voor verpleegkundigen. Hoort het bij standaarden dat er ook een register is? Wie wordt er beter van een kwaliteitsregister? De verpleegkundige, de patiënt of de organisatie?
- mw. A. de Wit en mw. drs. A. Brinkman-Stoppelenburg (commissie deskundigheidsbevordering V&VN PV): Kwaliteitskader voor het opleiden van verpleegkundigen in de palliatieve zorg in Nederland
- mw. drs. H.A. Schreuder-Cats (verpleegkundige UMCU/IKMN): Richtlijnen voor de praktijk in de praktijk
- mw. J. Koningswoud (voorzitter V&VN PV): Nut en onnut van de beroepsgroep V&VN Palliatieve Verpleegkunde
- mw. M. Kaljouw (directeur V&VN): Kwaliteitsregister voor verpleegkundigen
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
Ethiek in de palliatieve zorg
|
|
| Datum |
13 november 2008 |
| Tijd |
13.30 - 15.20 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
EUROPA |
| Voorzitter |
dhr. dr. C. Leget |
|
Hoe ethisch zijn we (al) bezig in de palliatieve zorg?
Ethiek wordt in de palliatieve zorg meestal in verband gebracht met problemen en moeilijke situaties. Onder ‘ethisch kwesties’ verstaat men dan zaken als euthanasie of het onthouden van vocht en voeding. Dat is niet terecht. Ethiek gaat over wat moreel goed handelen is, of anders geformuleerd: welke handelen bijdraagt aan het goede leven, met en voor anderen in rechtvaardige instituties (Ricoeur). In het geval van palliatieve zorg zitten er in het dagelijkse doen en laten talloze morele waarden verborgen. Anders gezegd: palliatieve zorg is al ethisch geladen. Dat betekent dat ethiek voor zorgverleners niet iets extra’s hoeft te zijn naast het vele werk dat zij al doen. Het vele werk dat zij doen zit namelijk al vol ethiek: het kan helpen zich hiervan bewust te worden. Dat is goed omdat je dan kunt verwoorden wat de waarde is van het werk dat je doet, en het kan helpen bij situaties waar minder helder is wat goed is om te doen.
Deze sessie draait om de vraag ‘hoe ethisch zijn we (al) bezig in de palliatieve zorg?’ Het is een interactieve sessie waarbij twee sprekers input zullen leveren en in discussie met de zaal een aantal thema’s gaan onderzoeken:
- Wat is ethiek en hoe werkt ons denken over normen en waarden?
- Op welke manier zit ethiek verborgen in de palliatieve zorgvisie van de Wereldgezondheidsorganisatie?
- Op welke manier zit ethiek verborgen in de eigen zorgpraktijk?
- In hoeverre is ethiek aan te leren?
- In hoeverre is ethiek verbonden met je persoon?
- Gaat het bij ethiek in de palliatieve zorg om problemen oplossen of om een wijze van benaderen?
- Wat kun je doen als je het ethisch gezien even niet meer weet?
- Heeft ethiek iets te maken met spiritualiteit?
- dhr. dr. C. Leget, Universitair Medisch Centrum St Radboud te Nijmegen
- dhr. dr. G. Olthuis, Centrum voor Ethiek en Gezondheid in Den Haag
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
|
| Datum |
13 november 2008 |
| Tijd |
13.30 - 15.30 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
AZIE |
| Voorzitter |
mw. J.H. Koningswoud |
|
Complementaire Zorg (CZ) is in de reguliere zorg een omstreden onderwerp met voor- en tegenstanders die vaak frontaal botsen over de vraag wat CZ is en of en hoe het werkt.
In de palliatieve zorg wordt ook complementaire zorg aangeboden. De voorzitter van de V&VN afdedling Complementaire Zorg, mevrouw Anneke Huisman zal vertellen hoe CZ toegepast wordt in de reguliere zorg. Mevrouw drs. E. Mulder heeft onderzoek gedaan naar de vraag of CZ een aanvulling is op de reguliere zorg en mevrouw P. Haaksema vertelt over de implementatie van de CZ in een hospice. Tijdens een debat tussen Jaap Gootjes en Anneke Huisman worden de argumenten van de voor- en tegenstanders besproken.
Naast een debat over de zin en onzin van complementaire zorg zullen de volgende lezingen een plaats krijgen binnen deze sessie:
- Complementaire zorg toepassen in de reguliere zorg, mw. M.J.H. Huisman
- Onderzoek complementaire zorg: een aanvulling op de reguliere zorg, mw. drs. E. Mulder
- Implementatie van complementaire zorg in de praktijk, mw. P. Haaksema
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
|
| Datum |
13 november 2008 |
| Tijd |
13.30 - 15.30 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
AMERIKA |
| Voorzitter |
dhr. H. Bart |
|
In deze sessie zullen twee projecten worden gepresenteerd:
Een samenwerkingsproject van het Integraal Kankercentrum en de VPTZ over de samenwerking tussen vrijwilligers en beroepskrachten. In de sessie gaan we in op ervaringen in de samenwerking tussen beroepskrachten en vrijwilligers, sterkte en zwaktes daarin en wat hieraan te verbeteren is. In het project van het IKZ/IKL is naar voren gekomen dat er veel meer behoefte is aan de inzet van vrijwilligers dan dat er nu gebeurt. Hoe is dit te stimuleren en welke rol hebben beroepskrachten daar in.
- Mw. A. Verdonschot, projectmedewerker IKZ
Een project over de ondersteuning van allochtone mantelzorgers dat de VPTZ samen met lokale organisaties en mensen uit diverse etnische groepen heeft vorm gegeven. “Allochtonen lossen de zorg voor stervenden in eigen kring op en dat gaat prima” en “De dood is niet bespreekbaar met allochtone patiënten” zijn veel gehoorde uitspraken. Wat zijn de consequenties van dergelijke uitspraken en hoe kun je met deze aspecten omgaan? In gesprekken met allochtone inwoners van Enschede en Rotterdam is gezocht naar oplossingen die aansluiten bij de door allochtonen ervaren knelpunten. Verschillende leden van de allochtone gemeenschap blijken zich graag actief in te zetten voor het realiseren van goede zorg voor terminaal zieken en hun familie.
Aan de hand van een videofragment worden dilemma’s van een allochtoon gezin getoond, waarna de deelnemers bekijken in hoeverre de zorg hierbij kan aansluiten en wat de eigen organisatie in samenwerking met allochtone groepen zou kunnen doen om meer voor stervenden van allochtone afkomst te kunnen betekenen.
- mw. drs. Jos Somsen, mw. drs. Thea Adlim, beleidsmedewerkers VPTZ
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
Palliatieve zorg - netwerkzorg
|
|
| Datum |
13 november 2008 |
| Tijd |
13.30 - 15.30 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
AFRIKA |
| Voorzitter |
dhr. drs. W.J.J. Jansen |
|
De Projectgroep Integratie Netwerken heeft in 2001 aan de toenmalige Minister van VWS geadviseerd om de palliatieve zorg te organiseren in lokale netwerken. Met ingang van 2004 wordt de ontwikkeling en coördinatie van netwerken VWS door middel van een subsidieregeling door VWS financieel mogelijk gemaakt. De integrale kankercentra hebben de opdracht om de netwerken hierbij te ondersteunen. Van belang is dat de organisaties binnen het netwerk tot een vorm van samenwerking komen, waardoor de palliatieve zorg op een kwalitatief hoger niveau komt. Palliatieve zorg is geen ketenzorg, waar vooraf bekend is welke organisatie wanneer in de keten aan bod komen. Voor palliatieve zorg geldt veel meer de term ‘netwerkzorg’: verschillende organisaties en disciplines moeten beschikbaar zijn op het moment dat daar een door de patiënt en/of de naasten aangegeven behoefte is. Dat vraagt veel organisatietalent van het netwerk. In deze sessie zullen verschillende netwerken laten zien hoe zij aan het begrip ‘netwerkzorg’ invulling hebben gegeven.
- mw. E.C.M. van Dingenen (arts Maatschappij en Gezondheid, programmaleider Zorgketens Transmuraal Netwerk Midden-Holland): Project regio Midden-Holland: STerven op je Eigen Manier
- mw. W.G.C. Ratering (coördinerend afdelingshoofd bij Azora, verpleeg- en revalidatiecentrum Antonia, voorzitter van de ketenregiegroep Palliatieve zorg): Palliatieve Zorg in het transmuraal netwerk West Achterhoek
- dhr. H.M.W. Schreuder (Netwerkcoördinator Palliatieve Zorg Nieuwe Waterweg Noord & Specialistisch Verpleegkundige en Consulent Oncologie/Palliatieve Zorg): Niet praten, maar doen: pragmatiek als leidraad!
- mw. T.G. Hiemstra (Netwerkcoordinator Palliatieve Zorg Zuid Oost Utrecht) en mw. drs. M. van der Linden (Manager Hospice Heuvelrug): Palliatieve zorg in beweging in verpleeg- en verzorgingshuizen; kwestie van gewoon doen!!
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
Spirituele/psychosociale zorg
|
|
| Datum |
13 november 2008 |
| Tijd |
16.00 - 17.30 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
EUROPA |
| Voorzitter |
mw. dr. M. van der Linden en dhr. prof. dr. H. Jochemsen |
|
Psychosociale en spirituele zorg in de palliatieve zorg
Goede palliatieve zorg besteedt aandacht aan lichamelijke, sociale, psychische en spirituele problemen en vragen van de patiënt. In de praktijk lijkt echter grosso modo de feitelijke aandacht en beschikbaarheid van deskundigheid in deze volgorde af te nemen. Bovendien bestaat soms verwarring over de samenhang en het verschil tussen psychosociale en spirituele zorg. Het doel van deze sessie is voor deze aspecten van palliatieve zorg meer aandacht te vragen en daarover meer helderheid te verschaffen.
Allereerst zal worden ingegaan op de noodzaak en de betekenis van psychosociale zorg aan palliatieve patiënten. Vervolgens zal in een meer theoretisch verhaal het eigene van de spirituele zorg worden verduidelijkt aan de hand van een conceptrichtlijn daarvoor die is opgesteld door een werkgroep van Stichting Agora. De derde lezing zal belichten hoe spirituele aspecten zijn geïncorporeerd in de psychosociale zorg voor mensen met kanker. In hoeverre dit leidt tot tevredenheid van cliënten en zorgverleners en in hoeverre heeft onderzoek uitgewezen dat hierdoor betere of andere therapie-effecten worden bewerkstelligd?
- mw. dr. M. van der Linden: Noodzaak van psychologische zorg in de palliatieve zorg
- dhr. prof. dr. H. Jochemsen: Spirituele zorg: waar hebben we het dan over? (Over een richtlijn inzake spirituele zorg in de palliatieve zorg)
- dhr. dr. B. Garssen: Spirituele zorg voor lichamelijk zieke mensen
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
Overgang curatief naar palliatief
|
|
| Datum |
13 november 2008 |
| Tijd |
16.00 - 17.30 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
AZIE |
| Voorzitter |
mw. S. Teunissen |
|
Dit is een interactieve parallelsessie die zich richt op deelnemers die regelmatig geconfronteerd worden met patienten die de overgang moeten maken van curatieve naar palliatieve zorg. Sprekers en deelnemers zullen op basis van visie en ervaringen zoeken naar uitgangspunten voor besluitvorming enerzijds en begeleiding anderzijds in de transitie van de curatieve naar de palliatieve fase. De toepasbaarheid in de praktijk van alledag staat centraal.
Specifieke aandacht gaat daarbij uit naar de vraag of de overgang van in opzet curatieve behandeling naar palliatieve zorg te markeren is als een moment, of dat er sprake is danwel kan of moet zijn van een transitiefase.Daarnaast zal de betekenis van de overgang voor de behandelaar/behandelende teams aan de orde komen en worden dilemma’s en valkuilen die besloten liggen in de transitie van curatief naar palliatief besproken.
- Drs. Toosje Valkenburg, huisarts, Gezondheidscentrum De Bilt
- Dr. Karin van der Rijt, internist-oncoloog, Daniel den Hoed Kliniek R’dam
- Drs. Leo Gualtherie van Weezel, psychiater, Nederlands Kanker Instituut/Antoni van Leeuwenhoekhuis
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
Palliatieve zorg voor kinderen
|
|
| Datum |
13 november 2008 |
| Tijd |
16.00 - 17.30 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
AMERIKA |
| Voorzitter |
dhr. J. van Bragt |
|
Vertedering en medelijden zijn bij palliatie voor kinderen zeer begrijpelijke, maar op zich inadequate reacties. IMPaCCT, het document van een taskforce van de EACP “Standaarden voor palliatieve zorg voor kinderen in Europa” formuleert dit als: “Er is dringend behoefte aan betere scholing van alle professionals en vrijwilligers die betrokken zijn (bij deze zorg)”. Palliatie verdraagt, ook voor kinderen, geen amateurisme.
Deze sessie wil daarom de nadruk leggen op opleiding en vorming van de zorgverleners. Er zal worden gesproken over de emoties die kinderen hebben bij de confrontatie met een ongeneeslijke aandoening, en hoe daarop kan en moet worden gereageerd. Het zal gaan over de professionalisering van de hulpverleners bij de zorg voor zowel ongeneeslijke kinderen als hun ouders en over de verbetering van deskundigheid in palliatieve zorg voor kinderen vanuit een organisatorisch vertrekpunt, nauw aansluitend bij het IMPaCCT-document. Het betrouwbaar meten van pijn bij kinderen is cruciaal. De methodologie en het instrumentarium dat daarvoor nodig en nuttig is zal eveneens aan bod komen binnen deze sessie.
- mw. I. Ruysseveldt
- dhr. dr. J. Verlooy
- dhr. R. Bruntink
- mw. M. Groot
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
|
| Datum |
13 november 2008 |
| Tijd |
16.00 - 17.30 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
AFRIKA |
| Voorzitter |
mw. D. Westerink |
|
Hoort rouwzorg rondom een overlijden thuis binnen de palliatieve zorg?
Aan de hand van twee casussen, gepresenteerd door rouwdeskundigen Manu Keirse en Arthur Polspoel, worden deelnemers uitgenodigd om vanuit hun praktijkervaringen met elkaar van gedachten wisselen over de vraag of, en zo ja hoe, rouwzorg een vaste plaats dient te hebben binnen hun organisatie.
Achtergrond: Contact met familieleden van terminale patiënten is een belangrijk onderdeel van het werk in de palliatieve zorg. Ook de zorg voor nabestaanden van overleden patiënten is steeds meer de dagelijkse realiteit. Herdenkingsbijeenkomsten, een of meerdere contactmomenten: de omgeving van de patiënt krijgt een belangrijkere rol binnen de zorg. Is dat een goede zaak of krijgt de zorgverlener binnen de palliatieve zorg hierdoor te veel op zijn of haar bordje? Moet je familieleden doorverwijzen of kun je hen zelf ondersteunen als dat wenselijk is? En wat heb je nodig om nabestaanden te kunnen ondersteunen?
De bijeenkomst wordt afgesloten met een paneldiscussie.
- Gespreksleider: mw. D. Westerink (LSR, auteur van ‘Leven zonder ouders’)
- dhr. drs. A.R.M. Polspoel (theoloog, auteur van o.a. ‘Wenen om het verloren ik’ en ‘Het was toch een mooi leven’)
- dhr. prof. dr. E. Keirse (klinisch psycholoog, auteur van o.a. ‘Helpen bij verlies en verdriet’ en ‘vingerafdruk van verdriet’)
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
Palliatieve zorg in de eerste lijn
|
|
| Datum |
14 november 2008 |
| Tijd |
10.30 - 12.00 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
EUROPA |
| Voorzitter |
dhr. J. Schuurmans |
|
Het gaat in deze sessie om ontwikkelingen in de eerste lijnszorg die er voor zorgen dat patiënten goed geïnformeerd en met vertrouwen thuis kunnen blijven om te sterven.
Nurse Practitioner (NP) en de rol in de eerste lijn binnen de palliatieve zorg
De NP is een hoog opgeleide, specialistische verpleegkundige (Master-niveau) die een expertfunctie vervult voor een bepaalde categorie patiënten, in dit geval de palliatieve patiënten. Centraal in de functie van de NP staat het geven van hooggekwalificeerde zorg in complexe zorgsituaties. De NP kan bijdragen aan de continuïteit in de patiëntenzorg, vooral op die gebieden waar het de (huis)artsen aan tijd of expertise ontbreekt. Zij onderhoudt contacten met patienten en diens relaties en met betrokken hulpverleners. Zij integreert behandelings- en zorgactiviteiten zodanig dat er eenduidigheid en continuïteit in de zorg wordt verkregen. Kortom zij is de spin in het web. Praktijkvoorbeelden zullen deze lezing verhelderen.
Continuïteit in de zorg rondom patiënten in de palliatieve fase
De presentatie gaat in op de wijze waarin men in de ons omringende landen de continuïteit van zorg probeert te waarborgen en voor welke prijs. Hoe wordt dit binnen instellingen en binnen de eerste lijn in ons land gewaarborgd? Wat is de ontwikkeling en trend in een land, dat zich beroept op het mogelijk maken van thuis sterven? De huisartsendienststructuur is gericht op triage van acute hulp, die verleend moet worden buiten kantoortijden. Welke scenario’s zijn nog meer denkbaar en uitvoerbaar en wat houdt ons tegen?
Zorgpad voor de stervensfase in de thuissituatie: 1 jaar ervaring
Het Zorgpad Stervensfase is een instrument om de kwaliteit van zorg voor palliatieve patiënten in de allerlaatste fase te verbeteren. Het Zorgpad Stervensfase bestaat uit een checklist, waarop alle zorg die verleend wordt kort en bondig wordt aangegeven. Daarnaast is er aandacht voor de communicatie met de naasten. Het Zorgpad Stervensfase kan gebruikt worden in ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen, hospices en door de thuiszorg. Thuiszorg Rotterdam is 1 van de organisaties die in 2007 zijn begonnen met het gebruik van het Zorgpad Stervensfase. Op basis van de ervaringen bij Thuiszorg Rotterdam, worden in de sessie diverse aanbevelingen voor implementatie gedaan.
- mw. S. Schneider
- mw. P.J. Vos
Informatieproject voor patiënten in de laatste levensfase: “Als je niet meer beter wordt…”
Doel van het project is patiënten en hun naasten te helpen met het maken van keuzen die zich aan het einde van het leven aandienen en hen te informeren over praktische zaken die geregeld moeten worden. Daarnaast komen sociaal-emotionele, psychische en spirituele aspecten aan de orde. De informatie wordt aangeboden op een website en op DVD en wordt zoveel mogelijk “gepresenteerd” door mensen (patiënten, naasten) die zélf in de situatie zitten (of gezeten hebben). Zij vertellen welke overwegingen zij hadden voor hun beslissingen, hoe ze problemen hebben getackeld en welke (praktische) maatregelen zij hebben genomen. De DVD en de website zijn nadrukkelijk bedoeld als onderdeel van de begeleiding door de hulpverleners en aanvullend op het gesprek tussen hulpverlener en patiënt. Op het congres zullen inhoud en gebruik van de website/DVD worden gedemonstreerd en toegelicht.
- mw. Y.G. van Ingen (algemeen geriater, consulent palliatieve zorg)
- mw. M. van Daelen (huisarts, kaderarts palliatieve zorg)
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
Palliatieve zorg in verpleeg- en verzorgingshuizen
|
|
| Datum |
14 november 2008 |
| Tijd |
10.30 - 12.00 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
AZIE |
| Voorzitter |
dhr. C. Goedhart |
|
De populatie binnen de verpleeg- en verzorgingshuizen bestaat veelal uit, al dan niet tijdelijk verblijvende, zorgafhankelijke, kwetsbare ouderen met multi-pathologie. De zorgbehoefte is duidelijk palliatief gekleurd, daar behoud van functies en begeleiding van achteruitgang, en niet herstel op de voorgrond staan. De revalidatiecliënten vormen hierop uiteraard de uitzondering. Een verder complicerende factor is dat een gedeelte van de cliënten door verminderd cognitief functioneren op grond van diverse aandoeningen, wilsonbekwaam zijn en/of een uitingsbeperking hebben.
In de sessie Palliatieve zorg in verpleeg- en verzorgingshuizen zullen een aantal aspecten van palliatieve zorgverlening die karakteristiek zijn voor de genoemde setting nader belicht worden.
In de eerste voordracht zal een algemene karakteristiek gegeven worden van de palliatieve zorgverlening binnen de verpleeg- en verzorgingshuizen, uiteindelijk toegespitst op medische beslissingen rondom het levenseinde, waaronder het staken van kunstmatige voedsel- en vochttoediening via PEG c.q sonde.
In de tweede voordracht zal worden ingegaan op pijndiagnostiek en behandeling bij kwetsbare ouderen met neurodegeneratieve aandoeningen en een uitingsbeperking. Het is uit onderzoek bekend dat pijn beleving/waarneming/uiting bij deze categorie anders is, zodanig dat onderbehandeling van pijn meer regel dan uitzondering lijkt te zijn.
In de laatste presentatie zal ingegaan worden op de ervaringen die zijn opgedaan in Zeeuws-Vlaanderen bij de implementatie en het gebruik van het protocol 'Zorgpad voor de stervensfase' gericht op het bieden van goede, multidisciplinaire palliatieve terminale zorg zowel op cliëntniveau als op organisatieniveau.
- Medische beslissingen rondom het levenseinde in verpleeg- en verzorgingshuizen, dhr. C. Goedhart
- Pijn bij mensen met een uitingsbeperking, mw. R. van Herk
- Implementatie en gebruik van 'Zorgpad voor de stervensfase', dhr. I.J.M. de Bakker
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
Palliatieve zorg in het ziekenhuis
|
|
| Datum |
14 november 2008 |
| Tijd |
10.30 - 12.00 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
AMERIKA |
| Voorzitter |
mw. dr. C.C.D. van der Rijt |
|
Palliatieve zorg betekent per definitie multidisciplinaire zorg over de muren van instellingen heen, waarbij zorgverleners uit verschillende echelons en instellingen de zorg afstemmen en zorg dragen voor continuïteit bij de overdracht. In Nederland heeft de palliatieve zorg het laatste decennium een snelle ontwikkeling doorgemaakt. De vorming van netwerken palliatieve zorg en de vorming van consultatieteams staan daarin centraal. Hoewel een belangrijk deel van de zorg voor patiënten met een beperkte levensverwachting in Nederland extramuraal plaats vindt, speelt het ziekenhuis eveneens een belangrijke rol in de zorg. Hier worden patiënten over het algemeen het eerst geïnformeerd over een infauste prognose, worden behandelbeslissingen genomen en worden patiënten opgenomen in geval van ernstige lichamelijke symptomen. Daarbij overlijdt een deel van de patiënten met een terminale aandoening in het ziekenhuis. Extra aandacht voor ontwikkelingen op het gebied van palliatieve zorg in het ziekenhuis is dan ook aangewezen.
In deze sessie worden enkele specifieke ontwikkelingen belicht.
- Intramurale consultatieteams palliatieve zorg in ziekenhuizen: een overzicht van en vergelijking tussen de verschillende teams.
- Wat is de plaats van een polikliniek palliatieve zorg in het ziekenhuis?
- Toepassing van shared decision making in het ziekenhuis.
- Vertaling van de KNMG richtlijn palliatieve sedatie naar een praktisch protocol voor intramuraal gebruik.
Sprekers:
- mw. drs. A. Dekkers – Integraal Kankercentrum Rotterdam
- dhr. dr. C.A.H.H.V.M. Verhagen – UMC St. Radboud, Nijmegen
- mw. dr. S.C.C.M. Teunissen – Kennis- en Expertisecentrum Palliatieve Zorg UMC Utrecht
- mw. dr. C. van Zuylen – Erasmus MC, Rotterdam
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
|
| Datum |
14 november 2008 |
| Tijd |
10.30 - 12.00 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
AFRIKA |
| Voorzitter |
dhr. prof. dr. K.C.P. Vissers |
|
Casemanagement of zorgcoördinatie is een onderwerp dat in de palliatieve zorg steeds vaker wordt gehoord. Een aantal netwerken palliatieve zorg heeft een vorm van casemanagement geïmplementeerd of is bezig met de ontwikkeling er van. Casemanagement past goed in het concept van ‘netwerkzorg’ zoals dat ook in het Plan van Aanpak van VWS wordt genoemd. De casemanager is geen nieuw fenomeen. Ook in andere sectoren van de zorg begint de casemanager zich te manifesteren. In een periode waarin er veel op patiënten en mantelzorgers afkomt, lijkt een hulpverlener die beschikt over een goed overzicht van de regionale zorgmogelijkheden een toegevoegde waarde te kunnen hebben. In deze sessie worden een drietal vormen van casemanagement nader belicht, waarbij elk van de initiatieven vanuit een ander perspectief is opgezet.
Sprekers:
- mw. drs. J.W. Blom – Netwerk palliatieve zorg regio Arnhem en de Liemers
- dhr. dr. H.C.A.M. van Rijswijk – UMC St. Radboud, Nijmegen
- dhr. drs. W.J.J. Jansen – Netwerk palliatieve zorg Amsterdam - Diemen
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
|
 |
|