|
 |
|
|
Het inhoudelijk programma is opgebouwd uit verschillende onderdelen.
Plenaire sessies
Op donderdag 23 september en vrijdag 24 september zullen de drie keynote sprekers een plenaire voordracht verzorgen.
Meet-the-Expertsessies
Op donderdag- en vrijdagochtend start het programma vroeg met Meet-the-expert sessies, waarin rond een thema gediscussieerd wordt met een expert. In een aantal sessies zullen de keynote sprekers aanwezig zijn.
Themasessies
In vier rondes van ieder vier themasessies komen specifieke thema's aan de orde. Per sessie zullen verschillende sprekers hun licht laten schijnen over over het betreffende onderwerp.
Workshops
In het programma zijn 4 workshops opgenomen. Een gelimiteerde groep kan hierin actief aan de slag met casuistiek.
Vrije presentaties
Drie sessies in het programma zijn bestemd voor korte presentaties die op basis van ingezonden abstracts zijn geselecteerd.
|
| |
|
2. Bewust versterven: de oudste palliatieve weg?
|
|
| Datum |
23 september 2010 |
| Tijd |
08.00 - 08.45 uur |
| Soort |
Meet-the-expert |
| Zaal |
EUROPA |
| Expert |
dhr. dr. B. Chabot |
|
Hoe gaan ernstig zieke ouderen met een weloverwogen doodswens om (thuis of in het verpleeghuis)? Soms besluiten zij hun sterven te bespoedigen. Wie nemen zij daarbij in vertrouwen? Daarover brachten Boudewijn Chabot en Stella Braam verslag uit in hun boek ‘Uitweg. Een waardig levenseinde in eigen hand’ (2010).
Tot zijn pensioen werkte Chabot in de psychiatrische ouderenzorg. Ouderen durven hun arts niet altijd in vertrouwen te nemen over hun doodswens, maar wel een verzorgende of verpleegkundige. Dan worden deze ouderen van het kastje naar de muur gestuurd, omdat weinig verpleegkundigen precies weten hoe je het sterven zelf kunt sturen, bijvoorbeeld door te stoppen met eten en drinken.
Met doodswensen omgaan is moeilijk en je moet dat ook niet alleen doen. De ochtendsessie met Chabot ‘meet the expert’ en zijn aansluitende voordracht gaan dieper in op deze gevoelige zaken.
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
3. Ethiek en spirituele zorg
|
|
| Datum |
23 september 2010 |
| Tijd |
08.00 - 08.45 uur |
| Soort |
Meet-the-expert |
| Zaal |
AZIË |
| Expert |
dhr. dr. C.J.W. Leget |
|
Carlo Leget is voorzitter van de agora ethiek en spirituele zorg. Vanuit deze agora worden initiatieven genomen tot verdere verdieping van inzichten op het gebied van ethische vraagstukken en spirituele zorg . Ook wordt aanwezige ervaring en kennis verspreid via artikelen en uitgewisseld via werkconferenties.
In deze sessie is het mogelijk in discussie te gaan over bijvoorbeeld de richtlijn spirituele zorg die net uit is, maar deelnemers kunnen ook zelf onderwerpen op het gebied van ethiek en spirituele zorg inbrengen voor discussie.
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
4. The Visible and Invisible Process of Dying
|
|
| Datum |
23 september 2010 |
| Tijd |
08.00 - 08.45 uur |
| Soort |
Meet-the-expert |
| Zaal |
AFRIKA |
| Expert |
mw. J. Hockley |
|
This ‘meet the expert’ session will concentrate on sharing knowledge about the process of dying (the last 48hrs of life). It will highlight 3 stages of dying: recognising dying, peripheral shutdown and central shutdown. This session will also give an opportunity to share experiences from within a framework first used by a Lutheran Theologian (Hampe, 1970) about some of the more invisible aspects when ‘exiting the body’; such things as ‘a time to go’ ‘choosing to go’ ‘permission to go’ being accompanied in the going’.
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
5. Wanneer ouderen verlangen naar de dood
|
|
| Datum |
23 september 2010 |
| Tijd |
09.00 - 09.45 |
| Soort |
Plenaire sessie |
| Zaal |
EUROPA |
| Voorzitter |
mw. dr. C.C.D. van der Rijt |
| Keynote spreker |
dhr. dr. B. Chabot |
|
Hoe gaan ernstig zieke ouderen met een weloverwogen doodswens om (thuis of in het verpleeghuis)? Soms besluiten zij hun sterven te bespoedigen. Wie nemen zij daarbij in vertrouwen? Daarover brachten Boudewijn Chabot en Stella Braam verslag uit in hun boek ‘Uitweg. Een waardig levenseinde in eigen hand’ (2010).
Tot zijn pensioen werkte Chabot in de psychiatrische ouderenzorg. Ouderen durven hun arts niet altijd in vertrouwen te nemen over hun doodswens, maar wel een verzorgende of verpleegkundige. Dan worden deze ouderen van het kastje naar de muur gestuurd, omdat weinig verpleegkundigen precies weten hoe je het sterven zelf kunt sturen, bijvoorbeeld door te stoppen met eten en drinken.
Met doodswensen omgaan is moeilijk en je moet dat ook niet alleen doen. De ochtendsessie met Chabot ‘meet the expert’ en zijn aansluitende voordracht gaan dieper in op deze gevoelige zaken.
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
6. De oudere patiënt centraal
|
|
| Datum |
23 september 2010 |
| Tijd |
10.15 - 12.00 uur |
| Soort |
Themasessie |
| Zaal |
EUROPA |
| Voorzitter |
mw. G. Abrahamse |
|
Advance Care Planning
mw. drs. M.M.J.D. Verkuylen
Advance Care Planning is te vertalen als Toekomstig Zorg Traject. Een proces waarbij de patiënt, samen met de zorgverlener, plannen maakt voor toekomstige (medische) zorg. Het schept openheid en duidelijkheid en vraagt een actief luisterproces waarbij gedurende het gehele ziekteproces overleg plaatsvindt met de patiënt en diens naasten over de kwaliteit van leven, bepalen van zorgdoelen en formuleren van plannen voor de toekomst.
In deze sessie wordt ingegaan op hoe Advance Care Planning werkt in de praktijk en hoe het project in
de regio Breda is vormgegeven.
De Saveraschaal
dhr. dr. L. Verraes – Woon- en zorgcentrum Ter Melle, Heule
Inleiding Er is bij de verzorgende een onmiskenbare behoefte aan een schaal die het levenseinde aankondigt. Onderzoeksvraag Deze schaal moet objectief en objectiveerbaar zijn. Ze moet onomkeerbaar de terminale fase aankondigen. Ze mag niet interfereren met diagnostische en therapeutische acties. Methode Met uitsluiting van medische criteria werden een aantal variabelen gedetermineerd die ondubbelzinnig de zorgstatus van de bewoner definieerden. De drempel waarop de onomkeerbare terminale fase intrad werd op een empirische manier bepaald. Resultaten 8 variabelen werden weerhouden (leeftijd, mobiliteit, bedlegerigheid, voedingtoestand, zinvolle tijdsbeleving, continentiestatus en pijn). Het kantelmoment werd vastgelegd op 29. In 95% van de gevallen hadden we boven deze score te maken met een irreversibele toestand die binnen twee tot vier weken resulteerde in een overlijden. Besluiten De Saveraschaal is een bruikbaar instrument dat op een objectieve en onomkeerbare manier het moment bepaalt waarop de terminale fase een aanvang neemt. Het is een hulpmiddel in de communicatie naar arts en familie.
Polyfarmacie: van stapelen naar keuzes maken
dhr. dr. J. Schuling – UMC Groningen
Oudere patiënten wier levensverwachting beperkt wordt door een ernstige ziekte, hebben vaak daarnaast nog andere ziekten, zoals hart- vaatziekten, diabetes mellitus, COPD, arthrose, waarvoor zij medicamenteus behandeld worden. Bij dagelijks gebruik van meer dan vijf geneesmiddelen spreekt men van polyfarmacie. Niet alleen hebben deze patiënten een verhoogde kans op interacties en bijwerkingen, maar ook kan het gebruik van zoveel medicijnen onvrede bij de patiënt teweeg brengen. Veel mensen zullen in de laatste levensfase meer belang hechten aan een goede kwaliteit van leven dan aan verlenging van het
leven. Stoppen van medicijnen kan dan het welbevinden van de patiënt verbeteren.
Aan de hand van een patiëntencasus worden de stappen benoemd die de huisarts neemt, wanneer patiënt of huisarts medicatie zouden willen beëindigen. De huisarts inventariseert de voorkeuren en zorgdoelen van de patiënt en diens naaste, eventuele ervaren bijwerkingen, vervolgens gaat hij na, of de gebruikte symptoomspecifieke medicatie strookt met deze voorkeuren en zorgdoelen. Van de preventieve medicatie gaat hij na, of er nog nuttig effect voor de patiënt valt te verwachten. Deze uitkomsten worden met de patiënt en diens naaste besproken. Aldus wordt gezamenlijk vastgesteld, waaruit het optimale medicatiepakket van deze patiënt dient te bestaan.
De frequentie, de inhoud en het effect van overdrachten in de palliatieve zorg naar de huisartsenpost
drh. drs. B. Schweitzer – huisarts, Diemen
Sinds het ontstaan van de dienstenposten wordt ook een groot deel van de palliatieve zorg buiten kantooruren door de waarnemende dokters gedaan. In de palliatieve zorg is continuïteit van zorg belangrijk, en als de eigen huisarts niet in persoon aanwezig kan zijn is een adequate overdracht van informatie noodzakelijk.
We onderzochten alle palliatieve contacten met de Amsterdamse huisartsenposten gedurende een jaar. Slechts in 25% van alle palliatieve contacten was een overdracht aanwezig, waarbij die overdracht vooral bestond uit gegevens over de diagnose en huidige problemen. De wensen van de patiënt en informatie over diens persoonlijke situatie werden veel minder overgedragen. Bij patiënten in verzorgingshuizen en bij de oudste groep patiënten werd maar in 12% een overdracht geschreven.
Als er een overdracht was werden patiënten minder snel naar een ziekenhuis verwezen.
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
7. Vrije presentaties: symptoombestrijding
|
|
| Datum |
23 september 2010 |
| Tijd |
10.15 - 12.00 uur |
| Soort |
Vrije presentaties |
| Zaal |
AZIË |
| Voorzitter |
dhr. prof. dr. W.W.A. Zuurmond |
|
Monitoring van het effect van palliatieve sedatie: Eerste resultaten van het AMROse onderzoek
dhr. T. Brinkkemper – VU medisch centrum
Co-auteurs: S.J. Swart, J.A.C. Rietjens, L. Deliens, L. van Zuylen, M, Ribbe, A. van der Heide, W.W.A. Zuurmond,
R.S.G.M. Perez
Veranderingen in de behandeling thuis van misselijkheid en braken bij patiënten met kanker na consultatie
Huisarts-Consulent Palliatieve Zorg
mw. dr. F.B. van Heest – Integraal Kankercentrum Noord Oost (IKNO), Groningen
Co-auteurs: I.G. Finlay of Llandaff, I van der Ven, R.Otter, B. Meyboom-de Jong
Haalbaarheidsonderzoek van meetinstrumenten in Laurens Cadenza: Onderzoek doen verbetert direct de
zorg!
mw. A. Masman – Laurens Cadenza, Rotterdam
Co-auteurs: F. Baar, D. Tibboel
Symptomen bij hoofd-halskankerpatiënten in de palliatieve fase
mw. drs. M.E. Lokker – Erasmus MC, Rotterdam
Co-auteurs: M.P.J. Offerman, M.F. de Boer, J.F.A. Pruyn, L.A. van der Velden, S.C.C.M. Teunissen
Symptomen en zorgaspecten bij patiënten die in de palliatieve fase wel of niet overgeplaatst worden van
thuis naar het ziekenhuis na contact met de huisartsenpost
mw. drs. M.C. de Korte-Verhoef – VU medisch centrum, Amsterdam
Co-auteurs: H.R.W. Pasman, B. Schweitzer, B. Onwutaeka-Philipsen, A.L Francke, L. Deliens
Aanwezigheid en intensiteit van symptomen bij ouderen
mw. drs. M.J. Uitdehaag – UMC Utrecht
Co-auteurs: H.M. Vrehen, E.J.M. de Nijs, A. De Graeff, G.M. Hesselman, S.C.C.M. Teunissen
Abstracts zijn te verkrijgen tijdens de sessie en bij de stand van Palliactief
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
9. Mantelzorgondersteuning
|
|
| Datum |
23 september 2010 |
| Tijd |
10.15 - 12.00 uur |
| Soort |
Themasessie |
| Zaal |
AMERIKA |
| Voorzitter |
mw. A. Verdonschot |
|
Het hart van de zorg ligt daar waar kwetsbare families vragen en problemen hebben. De situatie rondom een patiënt in de palliatieve of terminale fase thuis is zo’n situatie.
Veel mensen in de palliatieve fase hebben de uitdrukkelijke wens om thuis te mogen sterven. Voor patiënten die de uitdrukkelijke wens hebben thuis te kunnen overlijden wordt dat slechts voor minder dan de helft gerealiseerd. Overbelasting van de mantelzorg (familie) is daarvan een belangrijke oorzaak. De palliatieve fase is vaak vol spanning en onzekerheid en vraagt veel van de patiënt en de familie.
Verpleegkundigen en verzorgenden hebben een belangrijke taak bij het signaleren en adequaat handelen wanneer er sprake is van te zware belasting van mantelzorgers van deze groep patiënten. Een te grote groep mantelzorgers is zo overbelast dat ze zelf zorgvrager worden. Te vaak kan de patiënt niet thuis blijven omdat de mantelzorger het niet meer aan kan.
In deze themasessie gaan we de uitdaging aan om een passend antwoord te geven op deze problematiek. We presenteren een methode om de belasting van mantelzorgers vast te stellen en u maakt kennis met de Methode Familiezorg; een methode om het gezinssysteem adequaat te ondersteunen waardoor mantelzorgers minder belast zijn.
- mw. G. Visser; auteur van het boek “Mantelzorgers in de palliatief terminale fase. Aanbevelingen voor ondersteuning van mantelzorgers” werkzaam bij het Expertisecentrum Mantelzorg en Vilans, landelijk kenniscentrum voor de langdurige zorg. Zij gaat in op materiaal dat ontwikkeld is om de belasting van mantelzorgers vast te stellen.
- mw. K. van Montfoort; wijkverpleegkundige palliatieve zorg en trainer Methode Familiezorg. Zij laat u kennismaken met de Methode Familiezorg
- mw. A. Verdonschot; beleidsmedewerker bij het IKZ (Integraal Kankercentrum Zuid). Zij laat zien hoe ondersteuning voor mantelzorgers van patiënten in de palliatieve zorg vorm krijgt in het IKZ gebied.
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
11. Palliatieve zorg voor diverse doelgroepen (Agora)
|
|
| Datum |
23 september 2010 |
| Tijd |
10.15 - 12.00 uur |
| Soort |
Themasessie |
| Zaal |
4/5 |
| Voorzitter |
mw. drs. M. Wulp |
|
De sessie wordt gevuld vanuit verschillende werkgroepen en Agora's:
Palliatieve terminale zorg in de GGZ (onderzoek)
mw. S.J.D. Horjus, MSc – Trimbos-instituut, Utrecht
Het Trimbos-instituut heeft recent een onderzoek afgerond waarin de palliatieve terminale zorgpraktijk in GGz-instellingen in kaart is gebracht. Een van de uitkomsten is dat in instellingen voor geestelijke gezondheidszorg de zorg aan cliënten in hun laatste levensfase vaak minder vanzelfsprekend en gestructureerd is dan in de reguliere zorg. Ondanks toegewijde zorgverleners is het mogelijk en gewenst de palliatieve terminale zorg in deze instellingen te verbeteren. In deze sessie worden de bevindingen uit het onderzoek uiteengezet en zal ruimte zijn voor reflectie.
Palliatieve terminale zorg in de GGZ (praktijk)
mw. H. de Kam − Symfora groep
Er is een grote discrepantie in de omstandigheden waaronder een “niet psychiatrisch zieke” mens kan sterven en de laatste dagen van een psychiatrische patiënt in een GGZ instelling. Indeze bijdrage kunt u verwachten:
- Een schets van de stand van zaken bij de Symfora groep: Korte uitleg van de historie m.b.t. palliatieve zorg. Wat zijn de rollen van de verschillende disciplines?
- Centrale thema’s in de GGZ:
1. Gedrag van patiënten (ziekte-inzicht, onrust).
2. Communicatie met patiënten (omzichtig, verstoord door gevolgen psychiatrische ziekte, cultuur).
3. Sociaal netwerk van patiënten (verschraald, teleurstellingen).
4. Lichamelijke aspecten (pijnbeleving, aangeven van klachten).
- Wat zijn plannen voor de toekomst:
Ontwikkeling van module/training voor vrijwilligers en betrokkenheid bij de ontwikkeling van een module voor professionals. Realiseren van palliatieve unit met 2 tot 3 bedden. Kennis en ervaring binnen en buiten de instelling uitdragen. Werkwijze vastleggen in een handleiding.
Stimulering goede palliatieve zorg in de Verstandelijk Gehandicapten Zorg (VGZ)
mw. P. Matla − Landelijk Steunpunt VPTZ, Bunnik
De meeste mensen willen het liefst sterven in hun eigen, vertrouwde, omgeving. Mensen met een verstandelijke beperking hechten meestal (nóg) meer dan andere mensen aan hun vertrouwde omgeving. Zoals ook bij niet verstandelijk beperkte mensen is er in de terminale fase van een mens met een verstandelijke beperking vaak veel intensieve zorg, aandacht en ondersteuning nodig. Ook de medebewoners en familie van de stervende hebben in deze fase vaak behoefte aan extra aandacht. Tot nu toe worden VPTZ-vrijwilligers (Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg) nauwelijks ingezet bij de zorgverlening aan mensen met een verstandelijke beperking die terminaal zijn. Vanuit die vaststellingen is in 2008 het project ‘Samen er zijn; palliatieve zorg voor mensen met een verstandelijke beperking door VPTZ-vrijwilligers’ gestart. In het project werken VPTZ Oost Gelderland en de stichting Zozijn samen aan het creëren van inhoudelijke, organisatorische, en financiële voorwaarden om VPTZ vrijwilligers ondersteuning te laten bieden aan mensen met een verstandelijke beperking in de laatste levensfase.
Palliatieve zorg voor oudere verslaafden
mw. C. ter Huurne − Tactus verslavingszorg
Als casemanager in de chronische, ouderenverslavingszorg hanteer ik een palliatieve attitude. Wat dat voor mij inhoudt vertel ik u graag in deze sessie. Ook zal aan de orde komen wat palliatieve zorg aan verslaafden anders maakt dan reguliere palliatieve zorg en wat je zoal in de praktijk tegenkomt.
Palliatieve zorg thuis bij allochtone patiënten
mw. drs. W.J. Somsen − Landelijk Steunpunt VPTZ, Bunnik
“Ben ik wel voldoende toegerust om goede ondersteuning te bieden aan stervende migranten, moet ik daarvoor niet veel meer weten?” “Wat speelt er eigenlijk bij allochtone gezinnen rond de laatste levensfase en wat willen migranten(-organisaties) rond het onderwerp ‘zorg voor stervenden’?” “Willen we als organisatie aandacht besteden aan etnische diversiteit en zo ja, hoe dan?” Deze en andere vragen kwamen naar voren tijdens het diversiteitsproject van VPTZ Nederland. In deze sessie laat VPTZ Nederland zien hoe de organisatie met die vragen is omgegaan, als inspiratie voor deelnemers om (verder) op zoek te gaan naar hun eigen antwoorden op hun eigen vragen met betrekking tot palliatieve zorg bij allochtone families thuis.”
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
|
| Datum |
24 september 2010 |
| Tijd |
09.00 - 09.45 uur |
| Soort |
Plenaire sessie |
| Zaal |
EUROPA |
| Keynote spreker |
mw. J. Hockley - St Christopher's Hospice |
| Voorzitter |
mw. dr. S.C.C.M. Teunissen |
|
Developing high quality end of life care for older people in nursing care homes – challenges and possible solutions
More and more frail older people are dying in nursing homes. However, there are reports that there is concern over the lack of knowledge in end of life care. Two independent nursing homes (NH1, NH2a & NH2b) volunteered to take part in an action research study to develop high quality end of life care. In each nursing home, an exploratory phase was undertaken using focus groups, interviews, participant observation, and documentary analysis. This exploratory work confirmed specific contextual and clinical issues related to end-of-life care and highlighted that dying was peripheral to the nursing home culture where the emphasis was on functional rehabilitation. In each home, an initiative, inductively derived from discussion with staff and based on the exploratory phase, was devised and implemented. In the first nursing home, the initiative entailed development of ‘collaborative learning groups’ (CLGs) which took place following the death of a resident; in the second home, the adaptation and introduction of an ‘integrated care pathway (ICP) for the last days of life’ to be used prior to the death of a resident, provided a system around which high quality end-of-life care could be promoted. Both actions were evaluated. These initiatives enabled a greater openness towards death and dying in both nursing homes.
A model for developing practice is presented combining these two inductively derived initiatives that acknowledge the importance of both the lifeworld of staff in their care of dying residents and their families and the nursing home system. This model, and the process of undertaking the action research, is discussed in relation to Habermas’s Theory of Communicative Action – a substantive theory of ‘system’ and ‘lifeworld’.
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
|
| Datum |
23 september 2010 |
| Tijd |
14.45 - 16.15 uur |
| Soort |
Themasessie |
| Zaal |
EUROPA |
| Voorzitter |
dhr. prof. dr. M.G.M. Olde Rikkert |
|
Palliatieve zorg wordt steeds meer gegeven aan kwetsbare ouderen. Triage in de groep niet-kwetsbare en kwetsbare ouderen geeft daarbij aan wie wel en wie niet palliatieve en oncologische zorg volgens de standaard richtlijnen dient te krijgen.
In dit symposium wordt allereerst aangegeven wat deze tweedeling in prognostische zin betekent, met name in de voorspelling van levensverwachting bij kanker.
Vervolgens wordt een in de geriatrie al beproefd model van aanpassing van palliatieve en oncologische zorg aan kwetsbaarheid besproken.
Tot slot wordt ingegaan op een de noodzaak van continuïteit van informatie tussen de betrokken behandelaars, mantelzorgers en patiënt in de complexe multidisciplinaire palliatieve zorg die noodzakelijk is bij kwetsbaarheid. Als primeur wordt het prototype van de Zorg- en WelzijnsPas gepresenteerd, zoals we die nu ontwikkelen en evalueren in het Nationaal Programma Ouderenzorg.
De sprekers zullen zowel achtergrondkennis als praktisch bruikbare eye openers presenteren.
- Opening - prof. dr. M.G.M. Olde Rikkert, UMC St Radboud
- Frailty als prognosticum bij palliatieve zorg - drs. ir. J. Lagro, geriater-ingenieur, UMC st Radboud
- Frailty en borstkanker behandeling: het shared care model - drs. H.A.A.M. Maas, geriater, Tweestedenziekenhuis Tilburg
- Frailty en complexiteit in palliatieve zorg: Zorg- en WelzijnsPas als model voor continuïteit van informatie - drs S.H.M. Robben, arts-onderzoeker en aios klinische geriatrie, UMC st Radboud
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
14. Vrije presentaties: psychosociale en spirituele zorg
|
|
| Datum |
23 september 2010 |
| Tijd |
14.45 - 16.15 uur |
| Soort |
Vrije presentaties |
| Zaal |
AZIË |
| Voorzitter |
dhr. dr. C.J.W. Leget |
|
Relatie tussen angst en symptomen in het continuüm van de zorg voor kankerpatiënten
mw. drs. E. de Nijs – UMC Utrecht
Co-auteurs: D. Zweers, M. Uitdehaag, H. Vrehen, G. Hesselmann, A. de Graeff, S. Teunissen
Model ‘innerlijke ruimte’ in praktijk gebracht
mw. S. van der Hoek – Zorgcentrum de Buitenhof, Amsterdam
Het voorkomen van depressie bij palliatieve patiënten; een vergelijking van screeningsinstrumenten (BDI-II, HADS) met een psychiatrisch interview (SCAN 2.1)
mw. drs. F.C. Warmenhoven – UMC St Radboud, Nijmegen
Co-auteur: E. van Rijswijk
Betekenis van het symptoom angst voor patiënten met kanker in de palliatieve fase
mw. D. Zweers, MSc – UMC Utrecht
Co-auteurs: R. Kant, E. Nijs, M. Uitdehaag, H. Vrehen, G. Hesselmann, A. de Graeff, S. Teunissen
“Met open ogen” - een meditatietraining voor patiënten in de palliatieve fase en hun partners
dhr. drs. W. Yang – Taborhuis, Groesbeek
Abstracts zijn te verkrijgen tijdens de sessie en bij de stand van Palliactief
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
15. Goede Zorg, tussen Doen en Laten! (ZonMw)
|
|
| Datum |
23 september 2010 |
| Tijd |
14.45 - 16.15 uur |
| Soort |
Themasessie |
| Zaal |
AFRIKA |
| Voorzitter |
dhr. drs. C. Goedhart |
|
Palliatieve zorg: Een van de thema’s van het ZonMw programma Palliatieve Zorg gaat over de onderbouwing, ontwikkeling en inhoud van het zorgmodel van Lynn en Adamson. Dit model legt er de nadruk op dat palliatieve zorg niet beperkt wordt tot de terminale fase maar dat de palliatieve zorg vroegtijdig wordt ingezet. Deze visie onderschrijft daarmee dat iedere hulpverlener die te maken heeft met patiënten met een ongeneeslijke levensbedreigende aandoening de principes van palliatieve zorg moet kennen. Daarnaast moeten deze hulpverleners over de basiscompetenties beschikken om tijdig de patiënt die palliatieve zorg behoeft, te herkennen en palliatieve zorg te kunnen verlenen, zo nodig hand in hand met curatieve zorg. Consequent doorgevoerd voorkomt deze wijze van handelen dat palliatieve zorg in een eindtraject vooral als sluitstuk en crisiszorg wordt ingezet. Daarnaast kunnen onnodig dure en belastende, op de ziekte gerichte, interventies met beperkte effectiviteit afgewogen worden tegenover comfort van de patiënt.
Voordat dit zorgmodel breed wordt ingevoerd, dienen een aantal pilots te gaan lopen met onderzoeksvragen over de onderbouwing, ontwikkeling en inhoud van dit zorgmodel. Immers, er bestaat nog nauwelijks evidentie over hoe een dergelijke proactieve aanpak de kwaliteit van leven van patiënten in hun laatste levensfase beïnvloedt. Daarnaast is voor de Nederlandse situatie niet duidelijk wat de kosten of baten van een dergelijke aanpak zijn.
Een tiental projectgroepen is de uitdaging aangegaan. Zij zijn allen op hun eigen manier aan de gang gegaan! Na een korte introductie over het zorgmodel van Lynn en Adamson stellen de projectleiders hun project kort voor. Hierna worden de projectleiders uitgenodigd om deel te nemen aan een ‘rondom 10’ gesprek. Om een verbinding te leggen tussen de projecten wordt een aantal gemeenschappelijke thema’s uitgelicht en voorgelegd aan de groep. De zaal wordt van harte uitgenodigd mee te discussiëren!
Sprekers:
- mw. dr. Y.M.P. Engels − UMC St Radboud, Nijmegen
- dhr. drs. H.W.J. Creemers − ALS Centrum Nederland
- mw. drs. A. van der Plas − VU medisch centrum, Amsterdam
- dhr. dr. B. Steunenberg − Vrije Universiteit Amsterdam
- mw. dr. A. van der Heide − Erasmus MC, Rotterdam
- mw. drs. M.C. de Korte-Verhoef − VU medisch centrum, Amsterdam
- mw. drs. A.A. Seeber – AMC, Amsterdam
- dhr. drs H.J. Olsman − AMC, Amsterdam
- mw. dr. ir. J.T. van der Steen − VU medisch centrum, Amsterdam
- mw. drs. S.J.J. Claessen − VU medisch centrum, Amsterdam
- dhr. mr. M. Slijper – ZonMw, Den Haag
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
16. Interculturele palliatieve zorg
|
|
| Datum |
23 september 2010 |
| Tijd |
14.45 - 16.15 uur |
| Soort |
Themasessie |
| Zaal |
AMERIKA |
| Voorzitter |
|
|
Interculturele Palliatieve Zorg: De zorg voor stervenden en hun naasten in een multiculturele samenleving
Goede palliatieve zorg voor ouderen met een allochtone achtergrond en hun naasten: Hoe doe je dat? En is die zorg anders dan anders? Wat kun je hierbij leren van ervaringen van collega's, beroepskrachten en vrijwilligers? Het Landelijk Steunpunt van de vereniging Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg Nederland heeft in het project “Het gesprek aangaan” veel kennis verzameld en producten ontwikkeld om goede palliatieve zorg in de context van een multiculturele samenleving vorm te kunnen geven. In het project “Interculturele palliatieve zorg”, waarin wordt samengewerkt met Bureau Kwiek en E-n-T Partners, worden enkele beroepsmatige zorgorganisaties en netwerken palliatieve zorg concreet ondersteund op dit terrein.
De sessie gaat van start met een korte presentatie van de belangrijkste inzichten en resultaten uit deze projecten. Vervolgens gaan de deelnemers zelf aan de slag met een aantal belangrijke elementen uit de interculturele palliatieve zorg. Doel van de bijeenkomst is om nieuwe inspiratie en praktische handvatten op te doen om in de eigen werksituatie interculturele palliatieve (ouderen)zorg vorm te geven.
- Patricia van den Brink (Bureau Kwiek)
- Nicolet van Eerd (E-n-T Partners)
- Jos Somsen (Landelijk Steunpunt VPTZ)
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
17. Workshop: de nurse practitioner in de palliatieve zorg
|
|
| Datum |
23 september 2010 |
| Tijd |
14.45 - 16.15 uur |
| Soort |
Workshop |
| Zaal |
3/4 |
| Voorzitter |
mw. P. Voerman |
|
De nurse practitioner is een in Nederland relatief nieuw verpleegkundig beroep op masterniveau. Nurse practitioners worden opgeleid om als verpleegkundig specialist medische en verpleegkundige taken te combineren. Zorg en behandeling worden door hen geïntegreerd aangeboden ter bevordering van de continuïteit en kwaliteit van zowel verpleegkundige als medische zorg.
De nurse practitioner onderscheidt zich van verpleegkundigen door haar deskundigheid op het gebied van verpleegkunde, geneeskunde en wetenschap. Door de verschillende rollen en taken zijn nurse practitioners in staat het totale zorgtraject voor patiënten met complexe problematiek te overzien.
- Wat betekent dit voor de palliatieve zorg?
- Op welke wijze kan deze discipline meerwaarde bieden in de zorg in de palliatieve fase?
- Wat betekent dit voor de patiënt?
- Op welke wijze kunnen behandelteams van de verschillende (palliatieve) zorgsettings de veelzijdigheid van de nurse practitioner ten volle benutten?
- Welke ontwikkelingen kunnen we hierin verwachten in de toekomst?
In de workshop zal een algemene inleiding worden gegeven in de opleiding en de registratie van de nurse practitioner. Vervolgens zal in kleinere groepjes in gesprek gegaan worden over hoe nurse practitioners in verschillende werkvelden (thuiszorg, academisch ziekenhuis, hospice) hun deskundigheid inzetten voor palliatieve zorg. We zullen met elkaar tot een conclusie komen over de meerwaarde die de nurse practitioner heeft en kijken naar het toekomstperspectief van deze veelzijdige professional.
Workshopleiders:
- mw. P. Voerman, Laurens Cadenza te Rotterdam
- mw. H.A. Guldemond-de Jong, Zorgbrug te Boskoop
- mw. R. Dorrestein, Meander Medisch Centrum, Amersfoort
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
18. Voltooid leven? (CSO)
|
|
| Datum |
23 september 2010 |
| Tijd |
14.45 - 16.15 uur |
| Soort |
Themasessie |
| Zaal |
4/5 |
| Voorzitter |
dhr. G. van Soest |
|
De ouderenorganisaties nemen vanaf het begin actief deel aan de door de NVVE begin februari 2010 geïnitieerde maatschappelijke discussie over ‘voltooid leven’. Terecht brengt de NVVE de discussie over dit onderwerp onder de aandacht. Het onderwerp ligt echter gevoelig en niet alleen in christelijke kringen. Ook artsen zetten hun vraagtekens bij de oplossing van de NVVE en de intiatiefgroep “Uit vrije wil”. Zij stellen: “Onder de term ‘voltooid leven’ lijken verschillende problemen samen te worden gebracht. Zo is er de maatschappelijke verlegenheid met ouderen die het leven moe zijn en pillen sparen. Maar ook is
er de visie van vitale vijftigers en zestigers die helemaal nog niet klaar zijn met het leven, maar alle vrijheid willen hebben op het moment dat het wel zover is.” (Medisch Contact, 4 maart 2010) Zowel de ouderenorganisaties als de artsen zijn van mening dat het gaat om een zingevingprobleem, en dat is per definitie nooit individueel, ook al verwijst de NVVE nadrukkelijk naar het zelfbeschikkingsrecht van mensen.
In deze themasessie staan we met elkaar stil bij dit lastige vraagstuk. Zowel vanuit de zijde van de ouderenorganisaties als de artsen wordt een bijdrage geleverd. Aansluitend gaan de sprekers in op vragen van de deelnemers.
Sprekers:
• dhr. drs. A. Broers – Theoloog en journalist
• dhr. drs. G. van Dijk – KNMG, Utrecht
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
|
| Datum |
23 september 2010 |
| Tijd |
19.30 - 21.00 uur |
| Soort |
Plenaire sessie |
| Zaal |
EUROPA |
|
Muziektheater |
|
Wat Leon Giesen als geen ander kan, is op een verrassende manier naar alledaagse dingen kijken en film, muziek en tekst (beeld, geluid en idee) als één ding laten samengaan in Mondo Leone.
Leon Giesen heeft speciaal voor het Nationaal Congres Palliatieve Zorg een programma samengesteld dat zal aansluiten op het thema ‘palliatieve zorg en ouderen’.
Wat hier gaat gebeuren is niet te omschrijven, hier moet je bij zijn!
Meer informatie:
www.mondoleone.nl
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
23. Palliatieve zorg voor ouderen: doet de leeftijdsfase ertoe?
|
|
| Datum |
24 september 2010 |
| Tijd |
13.30 - 14.15 uur |
| Soort |
Plenaire sessie |
| Zaal |
EUROPA |
| Voorzitter |
dhr. prof. dr. K.C.P. Vissers |
| Keynote spreker |
mw. prof. dr. M.J.F.J. Vernooij-Dassen |
|
De eindigheid van het leven is een grote zekerheid voor iedereen. Voor degenen die niet plotseling overlijden is er een periode waarin het naderend einde bekend is en men daarmee moet leren leven. Palliatieve zorg is gericht op het bevorderen van de kwaliteit van leven in deze laatste levensfase. De kwaliteit van leven van mensen die palliatieve zorg ontvangen zou beïnvloed kunnen worden door de leeftijdsfase. Welke verschillen doen zich voor in de kwaliteit van leven tussen oudere en jongere mensen die palliatieve zorg ontvangen? Welke consequenties kunnen hieruit worden getrokken?
Oudere patiënten ( 60 jaar of ouder) blijken minder problemen te hebben dan jongere patiënten (< 60), met name minder sociale en psychologische problemen. Opmerkelijk is dat oudere patiënten minder problemen hebben dan jonger patiënten met betrekking tot: problemen in contacten met kinderen (10%, versus 41%); te weinig ervaren steun (10% versus 32%); depressieve stemming (55% versus 82%); en angst voor fysiek lijden (58% versus 85%).
De sociale en psychologische bronnen waarover ouderen beschikken zijn niet duidelijk beter dan die van jongeren. De verwachting hoe het leven hoort te zijn, verandert echter wel met het ouder worden. Uit onze gegevens blijkt ook dat mensen met vergelijkbare medische problemen hun kwaliteit van leven heel verschillend kunnen ervaren. Voor jongere patiënten is het moeilijker om te accepteren dat hun laatste levensfase is ingetreden. Ouderen kunnen de palliatieve fase van hun zorg beter accepteren en komen hierbij sterker naar voren komen.
De hulpverlening maakt hier weinig gebruik van. Zij is vooral gericht op het aanpakken van problemen en nog veel te weinig op het gebruik maken van de potentie van de patiënten. Het bekrachtigen dat men goed met een moeilijke situatie omgaat kan een gunstige invloed hebben op de kwaliteit van leven.
De leeftijdsfase doet ertoe in de palliatieve zorg. Niet in de zin dat extra zorg moet worden ingezet voor ouderen, maar dat beter gebruik kan worden gemaakt van hun levenservaring en hun kracht om met deze moeilijke situatie om te gaan.
De kwaliteit van zorg kan worden verbeterd door meer rekening te houden met de potentie van patiënten. Dit basale principe verdient meer aandacht en zou ook vorm moeten krijgen in de kwaliteitsindicatoren die voor palliatieve zorg worden opgesteld.
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
|
| Datum |
24 september 2010 |
| Tijd |
10.15 - 12.00 uur |
| Soort |
Themasessie |
| Zaal |
EUROPA |
| Voorzitter |
dhr. prof. dr. L. Deliens |
|
Meten is weten, maar goed meten is meer weten en/of beter weten. De palliatieve zorg is een betrekkelijk jonge discipline zowel het klinisch werk als de wetenschap. Het gevolg is dat er nog betrekkelijk weinig goede meetinstrumenten zijn ontwikkeld en dat er meetinstrumenten dienen gebruikt te worden die nog niet toegepast of gevalideerd zijn voor patiënten in de palliatieve faze. In deze sessie wordt aandacht besteed aan het zorgvuldig gebruik van meetinstrumenten in de palliatieve zorg. Zorgvuldig gebruik start bij de vraag hoe een instrument te selecteren? Daarbij moeten we ons durven afvragen of een kenmerk of proces in de palliatieve zorg überhaupt te meten is. Als het antwoord ja is, dan moeten we in de eerste plaats uitkijken naar bestaande instrumenten. Als er geen instrumenten beschikbaar zijn, moeten we dit misschien zelf ontwikkelen. Al deze aspecten rond gebruik van meetinstrumenten komen aan de orde in deze sessie.
- Michael Echteld, Expertisecentrum Palliatieve Zorg, Afdeling Sociale Geneeskunde, VU medisch centrum, Amsterdam
Selectie, vertaling en gebruik van meetinstrumenten in de Palliatieve Zorg?
- Marie-José Gijsberts, Expertisecentrum Palliatieve Zorg, Afdeling Verpleeghuisgeneeskunde, VU medisch centrum, Amsterdam
Is 'spirituele zorg' aan het levenseinde van patiënten in verpleeghuizen meetbaar?
- Gwenda Albers, Expertisecentrum Palliatieve Zorg, Afdeling Sociale Geneeskunde, VU medisch centrum, Amsterdam
Instrumenten voor het meten van kwaliteit van leven van patiënten in de palliatieve zorg
- Yvonne Engels en Kris Vissers, Kenniscentrum Palliatieve Zorg, Afdeling Anesthesiologie, Pijn en Palliatieve geneeskunde, UMC St Radboud, Nijmegen
Het meten van best practices in de palliatieve zorg in Europa
- Susanne Claessen en Anneke Francke, Expertisecentrum Palliatieve Zorg, Afdeling Sociale Geneeskunde, VU medisch centrum, Amsterdam i.s.m. NIVEL instituut, Utrecht
De CQ-Index palliatieve zorg en kwaliteit van zorg: het perspectief van de zorggebruiker
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
25. Vrije presentaties: Zorgpad Stervensfase
|
|
| Datum |
24 september 2010 |
| Tijd |
10.15 - 12.00 uur |
| Soort |
Vrije presentaties |
| Zaal |
AZIË |
| Voorzitter |
dhr. drs. S.J. Swart |
|
Zorg en Kwaliteit van leven in de stervensfase
mw. C. Yap-Brouwer – Netwerk Palliatieve Zorg Zuid-Hollandse Eilanden
Co-auteur: J.H. Koningswoud
Evaluatie van het Zorgpad Stervensfase in Laurens Cadenza
mw. A. Masman – Laurens Cadenza, Rotterdam
Co-auteurs: C. Boet, F. Baar
Implementatie van het Zorgpad Stervensfase: ervaringen met projectmatige begeleiding vanuit het Netwerk
Palliatieve Zorg Haaglanden
mw. drs. M. Engel – Netwerk Palliatieve Zorg Haaglanden, Den Haag
Onderkennen van de stervensfase; het kan niet zonder woorden
mw. drs. M.E. Lokker – Erasmus MC, Rotterdam
Co-auteurs: dr. C. van Zuylen, drs. A. Dekkers, dr. A. van der Heide
Implementatie Zorgpad Stervensfase (ZS) – Succesfactoren
mw. J.M. van der Breggen – Integraal Kankercentrum Rotterdam (IKR)
Co-auteurs: C. van Zuylen, A. Dekkers , K. Westra, E.F. Taminiau
Zorgpad Stervensfase: landelijke stand van zaken en nieuwe ontwikkelingen
mw. drs. A. Dekkers - Integraal Kankercentrum Rotterdam (IKR)
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
27. van kennis naar implementatie
|
|
| Datum |
24 september |
| Tijd |
10.15 - 12.00 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
AMERIKA |
|
In deze sessie wordt ingezoomd op een serie belangrijke en samenhangende instrumenten en methodes die u helpen de zorg voor (oudere) palliatieve patiënten te verbeteren:
- Nieuwe landelijke richtlijnen voor palliatieve zorg: een preview!
- Netwerken palliatieve zorg: samenwerken voor het verhogen van kwaliteit en slagkracht: de ontwikkeling
- van een gezamenlijk, toekomstbestendig scholingsaanbod voor zorgverleners.
- LESA palliatieve zorg: wat leveren goede samenwerkingsafspraken in de eerste lijn ons op?
- Consultatie betreffende de oudste ouderen: bespreking van casuïstiek.
De samenhangende cyclus.
Kennis begint bij onderzoek. De vertaling van onderzoeksresultaten vindt zijn weerslag in de ontwikkeling van richtlijnen; multidisciplinaire richtlijnen! Immers palliatieve zorg doe je nooit alleen. Vervolgens worden de richtlijnen onder de aandacht gebracht via de netwerken en consultatie. En dan volgt het meest weerbarstige deel van de implementatie; het toepassen van de kennis. Dat vraagt om samenwerking en duidelijke afspraken. Bijvoorbeeld tussen huisarts en wijkverpleegkundige. Van kennis naar implementatie.
Deze sessie wordt verzorgd door de Integrale Kankercentra.
De Integrale Kankercentra helpen hulpverleners in de palliatieve zorg op weg. Dat doen zij door een netwerk van experts en organisaties aan zich te binden, maar deze ook vooral aan elkaar te verbinden. In de afgelopen jaren zijn hierdoor vele producten, diensten en samenwerkingsafspraken tot stand gekomen die hulpverleners in de palliatieve zorg voorzien van deskundigheid, advies en methodes om betere zorg te leveren. Natuurlijk ook aan hulpverleners voor ouderen! De meeste mensen in Nederland die palliatieve zorg behoeven zijn op leeftijd. Vele vormen van neurologische aandoeningen, COPD, hartfalen en kanker zijn ouderdomszieken.
Sprekers:
- dhr. dr. Alexander de Graeff – UMC Utrecht en Hospice Demeter
- dhr. W. Janssen – Integraal Kankercentrum Limburg (IKL), Maastricht
- mw. M. van Meggelen – Integraal Kankercentrum Midden Nederland (IKMN), Utrecht
- mw. M. van de Watering – Integraal Kankercentrum Amsterdam (IKA)
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
28. Workshop: STerven op je Eigen Manier (STEM)
|
|
| Datum |
24 september 2010 |
| Tijd |
10.15 - 12.00 uur |
| Soort |
Workshop |
| Zaal |
3/4 |
| Workshopleider |
mw. M. van den Dool - Palliatief netwerk Midden Holland |
| Workshopleider |
dhr. B. Buizert - Stichting STEM |
|
Praten over de dood is belangrijk en het zou een 'doodgewoon' onderdeel moeten zijn van zorg voor cliënten. Maar hoe geeft een mens daar vorm aan in de dagelijkse praktijk? In een praktijk waar patiënten mondiger worden, familie veeleisender, de werkdruk hoog is, collega’s veel in deeltijd werken en waarin je zelf ook nog wel allerlei gedachten hebt over de dood.
In de workshop STEM stippen we, interactief, begin(netjes)van antwoorden aan. Deelnemers maken kennis met de uiteenlopende manieren waarop mensen aankijken tegen en praten over de dood. Ook wordt in deze workshop aandacht besteed aan onze best practices bij verschillende organisaties.
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
29. Verpleging van ouderen in de palliatieve fase
|
|
| Datum |
24 september 2010 |
| Tijd |
10.15 - 12.00 uur |
| Soort |
Themasessie |
| Zaal |
4/5 |
| Voorzitter |
mw. drs. T. Olden |
|
V&VN Palliatieve Verpleegkunde zal in deze interactieve sessie ingaan op specifieke aspecten in het verplegen van ouderen in de palliatieve fase. Speciaal voor deze workshop is de samenwerking gezocht met V&VN Geriatrie om te verdiepen in onderwerpen als pijn meten bij ouderen, depressie bij ouderen in de palliatieve fase en wetenschappelijk onderzoek naar het verplegen van oudere, palliatieve patiënten.
Sprekers:
• mw. T. Verwaijen – Tergooiziekenhuis
• dhr. J.R.G. Gootjes, MSc – hospice kuria, Amsterdam
Daarnaast zal de wetenschapcommissie een interessante bijdrage leveren door in te gaan op internationaal onderzoek naar het verplegen van ouderen in de palliatieve fase en wat de resultaten van dit onderzoek betekenen voor de dagelijkse praktijk van verpleegkundigen en verzorgenden in Nederland. In deze sessie is er veel ruimte voor vragen en interactie met sprekers.
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
30. Palliatieve zorg bij ouderdomsziekten
|
|
| Datum |
24 september 2010 |
| Tijd |
13.00 - 14.00 uur |
| Soort |
Themasessie |
| Zaal |
EUROPA |
|
Palliatieve zorg wordt vaak geassocieerd met zorg voor kankerpatiënten. Zij vormen weliswaar een grote groep, maar ook bij andere ziektebeelden kan er sprake zijn van een palliatieve fase. In deze sessie komen de specifieke aspecten aan de orde die samenhangen met ziektebeelden die vaak op latere leeftijd voorkomen.
Sprekers:
• mw. L. Bellersen – UMC St Radboud, Nijmegen
• dhr. A.A.F. Baas – Ziekenhuis Rivierenland, Tiel
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
31. Vrije presentaties: geïntegreerde palliatieve zorg
|
|
| Datum |
24 september 2010 |
| Tijd |
13.00 - 14.00 uur |
| Soort |
Vrije presentaties |
| Zaal |
AZIË |
| Voorzitter |
dhr. prof. dr. K.C.P. Vissers |
|
Mantelzorgondersteuning in de laatste levensfase onderbelicht
mw. G.H. van der Veen – De Kap, Apeldoorn
Netwerkzorg op Maat : beleidsinstrument én bundeling van informatie over palliatieve zorg
dhr. W.F.A. Janssen – VIKC, Utrecht
Co-auteur: M. Middelburg
Casemanagement onmisbaar in de palliatieve zorgketen
mw. L.C.J.M. Bouwmeester – Hospice Bardo, Hoofddorp
Co-auteur: M.van de Watering
Stilstaan bij zorg: Effectiever door te vertragen
dhr. F. Baar – Laurens Cadenza, Rotterdam
Co-auteurs: J. Poelman, P. van ’t Klooster
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
32. Diverse beroepsgroepen in de palliatieve zorg (Agora)
|
|
| Datum |
24 september 2010 |
| Tijd |
13.00 -14.00 uur |
| Soort |
Themasessie |
| Zaal |
AFRIKA |
| Voorzitter |
dhr. drs. A. Rhebergen |
|
Palliatieve zorg bij ouderen– wat biedt het maatschappelijk werk?
Namens de Agora werkgroep ‘maatschappelijk werk in de palliatieve zorg:
mw. K. Rutgers - van Wijlen – Stichting Amarant, Utrecht en Toon Hermans Huis, Amersfoort
mw. R. de Kinkelder – UMC Utrecht
De ouderdom brengt verliezen met zich mee op vrijwel alle levensgebieden. Het is een misverstand dat ouderen door hun grote levenservaring weinig problemen hebben met de verliezen die ze lijden. Door de stapeling van verliezen word je kwetsbaarder en kan het zijn dat je de kracht van weleer mist om de verliezen op te vangen. In de palliatieve fase komt de eigen dood naderbij, met de vragen die daarbij horen. Een integrale aanpak van problematiek zoals maatschappelijk werkers kunnen bieden is bij uitstek aan de orde voor ouderen. Praktische aandacht én aandacht voor de beleving zijn essentieel bij het omgaan met lichamelijke klachten, ondernemen van sociale activiteiten, mobiliteit, zelfredzaamheid, omgaan met eenzaamheid, emoties, rouw, afscheid nemen. Aan de orde komt wat dit in de praktijk van het werk betekent en welke speciale vaardigheden de maatschappelijk werker inzet. De bundeling van deze kennis is in een handreiking opgetekend, waarvan het eerste exemplaar
bij de opening van dit congres aangeboden wordt aan mw. Borst-Eilers.
Geestelijk verzorgers in de palliatieve zorg
dhr. drs. J. van de Geer – Medisch Centrum Leeuwarden
mw. dr. A.A.M. Kuin – Westfriesgasthuis
Adequate spirituele zorg valt of staat bij een goede samenwerking tussen de diverse zorgverleners. De afgelopen jaren is er voor de verschillende disciplines veel ontwikkeld op dit gebied. In deze bijdrage wordt kort geschetst wat geestelijke verzorgers in het kader van de palliatieve zorg hebben ontwikkeld en waar ze bij betrokken waren. De nadruk van de presentatie zal liggen
op de verdere mogelijkheden die de geestelijk verzorgers zien om de palliatieve (spirituele) zorg verder te verbeteren, o.a. door deskundigheidsbevordering en ondersteuning van zorgverleners. Hierover wisselen ze graag met u van gedachten.
Geïntegreerde fysiotherapie
mw. H. Burghout – Fysioalign, Ede
dhr. J. van den Broek – hospice kuria, Amsterdam
In dit onderdeel willen we aandacht besteden aan de volgende onderwerpen:.
- Wat heeft de fysiotherapeut te bieden in de palliatieve zorg.
- Welke competenties heeft de fysiotherapeut daarvoor nodig.
- Hoe wordt dat op dit moment vormgegeven in ‘het Gelderse Vallei’ gebied.
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
33. slecht nieuws gesprek met een allochtone patiënt
|
|
| Datum |
24 september |
| Tijd |
13.00 - 14.00 uur |
| Soort |
Parallelsessie |
| Zaal |
AMERIKA |
|
De zorg voor de allochtone palliatieve patiënt vraagt een andere aanpak dan de reguliere. Als hulpverlener die een slecht-nieuws gesprek voert, moet u rekening houden met de culturele achtergrond van de patiënt. Zomaar vertellen dat iemand niet meer beter wordt, kan veel weerstand opleveren. In deze workshop krijgt u handvatten hoe een slecht-nieuws gesprek met een allochtone patiënt vorm te geven. Daarnaast wordt de rol van de allochtone zorgconsulent toegelicht. Hoe kunt u van haar deskundigheid gebruik maken om de zorg voor de palliatieve patiënt van allochtone afkomst verder te verbeteren.
Sprekers:
mw. drs. F.M. de Graaff – Universiteit van Amsterdam
mw. S. Aouladbaktit – UMC St Radboud, Nijmegen
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
35. Multidisciplinaire ervaringen in de palliatieve zorg
|
|
| Datum |
24 september 2010 |
| Tijd |
13.00 - 14.00 uur |
| Soort |
Themasessie |
| Zaal |
4/5 |
|
Het PaTZ project, diseasemanagement in de palliatieve zorg, geïnspireerd door het Gold Standards Framework
Dhr. B. Schweitzer
De vraag naar palliatieve zorg thuis neemt toe. Maar dit is complexe zorg waarbij coördinatie van zorg en communicatie tussen hulpverleners essentieel is. Ook is er veel expertise voor nodig. In Engeland is met het Gold Standards Framework een evidence-based plan uitgewerkt dat voorziet in het samenstellen en bijhouden van een kleinschalig palliatief zorgregister. Dat gebeurt
door groepen huisartsen en wijkverpleegkundigen die samen palliatieve patiënten identificeren, hun behoeftes vaststellen en zorg plannen.
We zijn in Amsterdam gestart met een kleine pilot van vier groepen om deze, in Engeland zeer succesvolle methode, te testen en aan Nederlandse omstandigheden aan te passen. Een deskundige in palliatieve zorg is ter ondersteuning bij de bijeenkomsten aanwezig. In deze bijeenkomst wordt verslag gedaan van de opzet van de pilot en de eerste resultaten.
Ervaringen met het multidisciplinaire begeleidingsteam
mw. M. Tenk – Netwerk Palliatieve Zorg Nieuwe Waterweg Noord
In meerdere landen fungeren multidisciplinaire begeleidingsteams palliatieve zorg. Dit zijn teams die de ongeneeslijk zieke patiënt die behoefte heeft aan palliatieve zorg op verschillende typen zorglocaties (thuis, verpleeghuis, ziekenhuis, hospice) de noodzakelijke deskundige zorg garandeert. Deze teams zijn minimaal samengesteld uit een gespecialiseerde verpleegkundige, gespecialiseerde arts, maatschappelijk werker en geestelijk verzorger. Deze teams hebben primair een advies- en ondersteuningsfunctie, maar kunnen waar nodig aanvullende zorg leveren. In België functioneren deze teams al jaren. In Nederland is recent een pilot gestart binnen het Netwerk Palliatieve Zorg Nieuwe Waterweg Noord.
|
| Terug naar overzicht programma |
|
| |
|
|
 |
|